Het Verenigd Koninkrijk staat aan het begin van een grote verschuiving in de manier waarop productveiligheid wordt geregeld en hoe de verantwoordelijkheid wordt vastgesteld als er iets misgaat. Jarenlang bepaalde de Consumer Protection Act 1987 de grenzen voor claims over producten met gebreken, en dat kernkader bestaat nog steeds. Wat verandert - en snel verandert - is de regelgeving eromheen: wie is verantwoordelijk voor het bijhouden van informatie, welk bewijs moet er zijn en welke bedrijven moeten meewerken als een defect tot schade leidt.
Twee ontwikkelingen zijn het belangrijkst. Noord-Ierland heeft nu de EU-verordening inzake algemene productveiligheid (EU GPSR) geïmplementeerd, die in december 2024 van kracht werd en een van de modernste en meest uitgebreide productveiligheidsregelingen in Europa is. Groot-Brittannië heeft ondertussen de Product Regulation and Metrology Act 2025 (PRMA) aangenomen, waarmee de basis is gelegd voor een vergelijkbare aanpak, met name met betrekking tot digitale, verbonden en AI-gebaseerde producten.
Hoewel de structuur verschilt, duwen beide kaders het Verenigd Koninkrijk in dezelfde richting: sterkere traceerbaarheid, een duidelijkere verantwoordelijkheidsketen en veel hogere verwachtingen met betrekking tot bewijs. Voor forensisch onderzoekers, verzekeraars en juridische specialisten betekent dit minder blinde vlekken en een veel robuuster bewijslandschap.
Een nieuwe realiteit: wat de regelgeving eigenlijk brengt
De GPSR van de EU brengt online platforms, fulfilmentcentra en andere voorheen "onzichtbare" tussenpersonen in de regelgeving. Marktplaatsen moeten controleren wie goederen verkoopt, gegevens bijhouden, terugroepacties ondersteunen en ervoor zorgen dat consumenten weten wie er achter het product staat. Fulfilment providers kunnen zelfs de "verantwoordelijke marktdeelnemer" worden als de oorspronkelijke fabrikant of importeur niet kan worden geïdentificeerd.
Een andere belangrijke verandering betreft documentatie. Onder de GPSR moet technische informatie over een product tien jaar worden bewaard. Dit omvat veiligheidsbeoordelingen, updategeschiedenis en de informatie die nodig is om te bevestigen waar het product vandaan komt en hoe het de toeleveringsketen is binnengekomen. Dit vermindert de hiaten die vaak onderzoeken in de weg staan, zoals ontbrekende etiketten, onduidelijke herkomst of importeurs die niet te traceren zijn.
PRMA 2025 gaat in het Verenigd Koninkrijk in dezelfde richting. Het is eerder een machtigingswet dan een afgeronde regelgevingscode, maar het doel is duidelijk: toekomstige regels zullen betrekking hebben op softwaregedreven producten, AI-gerelateerde risico's, online marktplaatsen en digitale etikettering. Ze zullen bepalen hoe informatie wordt vastgelegd en gedeeld gedurende de levenscyclus van het product. Naarmate deze maatregelen van kracht worden, zal Groot-Brittannië steeds meer de traceerbaarheid en verantwoordingsplicht weerspiegelen die onder de GPSR worden verwacht.
Waarom dit belangrijk is voor forensisch onderzoek
Forensisch werk is altijd afhankelijk geweest van de kwaliteit en beschikbaarheid van bewijsmateriaal. Bij brand of ernstige thermische schade verliezen producten vaak alle identificatie, waardoor het moeilijk - soms zelfs onmogelijk - wordt om vast te stellen wie verantwoordelijk was.
De nieuwe regelgeving verandert die dynamiek. Nu online marktplaatsen en fulfilmentdiensten formeel worden erkend als onderdeel van de toeleveringsketen, krijgen onderzoekers toegang tot nieuwe vormen van informatie buiten de fysieke omgeving: platformgegevens, listingrecords, magazijnlogboeken en terugroephistorieken kunnen allemaal helpen om de herkomst van een product te achterhalen, zelfs als het object zelf onherkenbaar is.
Deze verschuiving is vooral belangrijk omdat producten steeds digitaler worden. Moderne storingen hebben steeds vaker te maken met firmwaregedrag, sensorinteracties, connectiviteitsproblemen of batterijbeheersystemen. PRMA 2025 erkent expliciet deze immateriële componenten, wat betekent dat toekomstige regelgeving meer gedetailleerde documentatie van software-updates, systeemgedrag en risicobeoordelingen vereist. Voor onderzoekers levert dit een rijkere bewijsbasis op voor het vaststellen van de oorzaak, of het falen nu mechanisch, elektrisch of digitaal was.
De combinatie van fysiek en digitaal bewijs versterkt de betrouwbaarheid van forensische conclusies en vermindert het aantal zaken dat eindigt met onduidelijke antwoorden.
Wat het betekent voor terugvordering en rechtszaken
De wettelijke route voor claims voor producten met gebreken loopt in het Verenigd Koninkrijk nog steeds via de Consumer Protection Act, maar de praktische dynamiek rond rechtszaken is aan het veranderen. Het aanscherpen van documentatievereisten, duidelijkere verantwoordelijkheden in de toeleveringsketen en de formele opname van digitale tussenpersonen betekenen dat claims die voorheen vastliepen bij gebrek aan bewijs nu veel haalbaarder zijn.
Waar vroeger zaken mislukten omdat een fabrikant niet kon worden geïdentificeerd of een importeur uit de toeleveringsketen was verdwenen, vermindert de nieuwe regelgeving die onzekerheid aanzienlijk. Het is waarschijnlijker dat eisers toegang hebben tot de informatie die nodig is om vast te stellen wie het product op de markt heeft gebracht en wie verantwoordelijk is voor de veiligheid ervan.
Deze verschuiving heeft een directe invloed op de terugvordering. Het verbreedt het aantal partijen dat kan worden vervolgd, verduidelijkt de plichten die verschuldigd zijn binnen de distributieketen en versterkt de feitelijke basis waarop aansprakelijkheid kan worden aangevoerd. Als gevolg hiervan kunnen verzekeraars minder doodlopende procedures verwachten en is de kans groter dat de verantwoordelijke partijen worden gevonden.
Het verschil tussen het op de EU afgestemde systeem van Noord-Ierland en het opkomende, op PRMA gebaseerde systeem van Groot-Brittannië creëert ook strategische kansen. Voor producten die via NI het Verenigd Koninkrijk binnenkomen, gelden al strengere traceerbaarheidsverplichtingen, die kunnen helpen bij verzoeken om openbaarmaking of bij het opbouwen van een zaak in geschillen die elders in het Verenigd Koninkrijk ontstaan. Naarmate deze kaders zich verder ontwikkelen, zullen juridische teams in toenemende mate gebruik maken van wettelijke verplichtingen als onderdeel van de herstelstrategie.
EFI Global en Sedgwick Legal Services: coördinatie van technische en juridische expertise
Naarmate de traceerbaarheid verbetert en het bewijsmateriaal rijker wordt, wordt de link tussen technisch onderzoek en juridische analyse nog belangrijker. Het forensisch werk van EFI Global identificeert hoe een product heeft gefaald en waar de verantwoordelijkheid kan liggen, terwijl Sedgwick Legal Services (SLS) op deze bevindingen voortbouwt om de aansprakelijkheid te beoordelen, herstelstrategieën vorm te geven en de volgende stappen te begeleiden.
Door vroeg in een zaak samen te werken, kunnen we ervoor zorgen dat technische kwesties correct worden begrepen, dat belangrijk bewijsmateriaal wordt bewaard en dat juridische argumenten weerspiegelen wat de technische bevindingen daadwerkelijk aantonen. Deze gecoördineerde aanpak geeft verzekeraars een duidelijker inzicht en ondersteunt een soepeler verloop van onderzoek tot herstel.
Praktijkvoorbeeld: hoe dit in de praktijk werkt
Een recent geval illustreert hoe dit in de praktijk werkt. Na een brand in een woonhuis traceerde het forensisch onderzoek van EFI Global de oorzaak in een huishoudelijk verwarmingstoestel. De onderzoeker stelde een elektrisch defect vast in de besturingsconstructie van het product, wat overeenkomt met een opkomend veiligheidsprobleem. Controles van de toeleveringsketen bevestigden de fabrikant en de merkeigenaar, maar er was slechts beperkte terugroepinformatie beschikbaar, waardoor het bewijs minder duidelijk was dan in typische gevallen.
Met toestemming van de verzekeraar werkte de expert van EFI Global nauw samen met Sedgwick Legal Services om technische bevindingen te verduidelijken, hiaten in het bewijsmateriaal op te vullen en een sterke, juridisch verdedigbare zaak op te bouwen. Deze samenwerking stelde SLS in staat om een claim in te dienen onder de Consumer Protection Act tegen beide entiteiten en uiteindelijk een succesvol herstel te bewerkstelligen.
Dit voorbeeld laat zien hoe verbeterde toegang tot gegevens, sterkere traceerbaarheid en gecoördineerd technisch-juridisch werk tot positieve resultaten kunnen leiden, zelfs als het beschikbare bewijs onvolledig is of nog in ontwikkeling.
Vooruitblik
De regelgeving voor productveiligheid in het Verenigd Koninkrijk verschuift naar een model dat wordt aangestuurd door gegevens, digitale componenten en traceerbaarheid in steeds complexere toeleveringsketens. De GPSR van de EU vertegenwoordigt deze verschuiving volledig, terwijl de PRMA 2025 Groot-Brittannië geleidelijk op één lijn zal brengen.
Voor onderzoekers, verzekeraars en juridische professionals betekent dit veranderende kader beter bewijs, duidelijkere aansprakelijkheid en mogelijk hogere percentages succesvolle schadeclaims. Organisaties die zich vroeg aanpassen - met name bij het omgaan met digitaal bewijs, softwarerisico's en nieuwe verantwoordelijkheden in de toeleveringsketen - zullen goed gepositioneerd zijn om claims te beheren en eerlijke uitkomsten te ondersteunen.
EFI Global en Sedgwick Legal Services blijven samenwerken om klanten voor te bereiden op deze nieuwe omgeving, waarbij forensisch inzicht wordt gecombineerd met juridische strategie in een landschap waarin bewijs niet langer beperkt is tot wat op de grond wordt gevonden, maar zich uitstrekt over de gehele digitale en fysieke levenscyclus van een product.
Neem voor meer informatie contact op met Tim James, [email protected]